Zwemstatistieken Nederland 2024 - Complete Overzicht & Trends

#1 Meest betrouwbare zwemstatistieken

Zwemstatistieken Nederland 2025

Betrouwbare statistieken. Alle data is afkomstig van officiële bronnen zoals het Mulier Instituut, Nationale Raad Zwemveiligheid, CBS etc.

  • Zwembaden in Nederland

    • Nederland is een waterrijk land met ongeveer 1.900 zwembaden verspreid over het land. Deze zwembaden zijn ongelijk verdeeld per provincie en vallen onder verschillende beheerders. Van de totale zwembaden vallen 625 onder gemeentelijk beheer, terwijl ruim 200 locaties particuliere zwemscholen of sportscholen zijn.

      1.900

      Totaal aantal zwembaden

      Nederland heeft ongeveer 1.900 zwembaden verspreid over het land, inclusief gemeentelijke, particuliere en commerciële baden.

      625

      Gemeentelijke zwembaden

      Van de zwembaden vallen 625 onder gemeentelijk beheer, vaak gesubsidieerd door de gemeente.

      200+

      Particuliere zwemscholen

      Ruim 200 locaties zijn bassins van particuliere zwemscholen of sportscholen, commercieel geëxploiteerd.

      75%

      Gemeentelijke baden met zwemles

      Bij gemeentelijke zwembaden wordt in 75% van de gevallen zwemles aangeboden.

      50%

      Alle zwembaden met zwemles

      In bijna de helft van alle zwembaden in Nederland wordt zwemles aangeboden.

      320

      Zwembaden Gelderland & Noord-Brabant

      Gelderland en Noord-Brabant hebben elk ongeveer 320 zwembaden, de meeste van alle provincies.

      Regionale verdeling:
      • Gelderland & Noord-Brabant: ~320 zwembaden elk
      • Flevoland: Minder dan 40 zwembaden
      • Zeeland: Relatief veel zwembaden per inwoner
      • Zuid- en Noord-Holland: Minder zwemlocaties per 10.000 inwoners
      Publiek vs. privaat:

      Het aantal gemeentelijke zwembaden is de afgelopen decennia afgenomen, terwijl de bevolking groeide. Dit heeft ruimte gecreëerd voor private initiatieven. Steeds meer kinderen volgen zwemles bij particuliere zwemscholen als alternatief.

      De onderstaande grafieken tonen de verdeling van zwembaden in Nederland. De eerste grafiek laat zien hoe de 1.900 zwembaden zijn verdeeld over verschillende beheerders, terwijl de tweede grafiek de regionale verdeling per provincie weergeeft.

      Verdeling Zwembaden in Nederland

      Gemeentelijk
      Particulier
      Overig

      Zwembaden per Provincie

      De grafieken tonen duidelijk dat Gelderland en Noord-Brabant de meeste zwembaden hebben, terwijl Flevoland met slechts 40 zwembaden de minste heeft. De verdeling over beheerders laat zien dat gemeentelijke zwembaden nog steeds een belangrijke rol spelen, maar dat particuliere initiatieven groeien.

  • Zwemlessen voor Kinderen

    • Vrijwel alle kinderen in Nederland volgen op jonge leeftijd zwemlessen. De meeste kinderen starten rond de leeftijd van 4 à 5 jaar met zwemles. Kinderen doorlopen meestal het Nationale Zwem-ABC traject, bestaande uit diploma's A, B en C. Nederland behoort tot de landen met de hoogste zwemvaardigheid onder jeugd.

      79%

      Kinderen met A-diploma op 7 jaar

      Gemiddeld is 79% van de kinderen op 7-jarige leeftijd in bezit van diploma A.

      97%

      Kinderen 11-16 jaar met A-diploma

      Bijna 97% van de kinderen van 11-16 jaar heeft minimaal een A-diploma.

      64%

      Kinderen met B-diploma op 7 jaar

      Ongeveer 64% van de kinderen heeft op 7-jarige leeftijd ook het B-diploma behaald.

      17%

      Kinderen met volledig ABC op 7 jaar

      17% van de kinderen heeft op 7-jarige leeftijd al het volledige ABC afgerond.

      78%

      Kinderen 11-16 jaar met B-diploma

      Ongeveer 78% van de kinderen van 11-16 jaar heeft het B-diploma behaald.

      33%

      Kinderen 11-16 jaar met C-diploma

      Circa een derde van de kinderen van 11-16 jaar heeft ook het C-diploma behaald.

      13%

      Kinderen zonder diploma (2022)

      In 2022 had 13% van de 6-16 jarigen geen enkel diploma, een verdubbeling ten opzichte van 2018.

      25%

      Armste gezinnen zonder diploma

      25% van de kinderen uit de armste gezinnen heeft geen diploma, vergeleken met slechts 2% van de rijkere gezinnen.

      28%

      Kinderen met migratieachtergrond zonder diploma

      28% van de kinderen met een migratieachtergrond heeft geen diploma, tegenover ~5% bij kinderen zonder migratieachtergrond.

      39%

      Migrantenkinderen met volledig ABC

      Van migrantenkinderen die wél zwemles volgen heeft 39% uiteindelijk A, B én C, iets hoger dan bij autochtone kinderen (34%).

      Leeftijd en ontwikkeling:
      • Startleeftijd: Meestal 4-5 jaar
      • A-diploma: Gemiddeld 6-7 jaar
      • B-diploma: 64% van de kinderen op 7 jaar
      • C-diploma: 17% van de kinderen op 7 jaar
      Duur en slagingspercentages:

      Het traject voor diploma A duurt gemiddeld 1 tot 1,5 jaar bij wekelijkse lessen. Dit komt neer op ongeveer 40-60 lessen van 30-45 minuten voor diploma A. Diploma B en C volgen doorgaans sneller; vaak volstaat nog ~10-15 extra lessen voor B en nog eens vergelijkbaar voor C.

      Vraag en aanbod na COVID:

      Door de lockdowns ontstonden lange wachtlijsten (vaak 2 à 3 keer zo lang als voorheen). In 2021 steeg de gemiddelde wachttijd in veel plaatsen van ~3-6 maanden naar 8-10 maanden. Sinds de heropening is de vraag naar zwemles explosief gestegen.

      De onderstaande grafiek toont hoe de diploma behaaldheid zich ontwikkelt van 7-jarige leeftijd naar 11-16 jaar. Dit geeft een duidelijk beeld van de voortgang in het zwemonderwijs en laat zien dat de meeste kinderen uiteindelijk hun A-diploma behalen.

      Diploma Behaaldheid per Leeftijd

      A-diploma
      B-diploma
      C-diploma

      De grafiek laat zien dat er een duidelijke stijging is in diploma behaaldheid naarmate kinderen ouder worden. Op 7-jarige leeftijd heeft 79% het A-diploma, maar tegen 11-16 jaar is dit gestegen naar 97%. Dit toont aan dat het Nederlandse zwemonderwijs effectief is, maar ook dat sommige kinderen meer tijd nodig hebben om hun diploma's te behalen.

  • Zwemlessen voor Volwassenen

    • Hoewel de meeste Nederlanders hun zwemdiploma in de kindertijd behalen, is er ook een significante groep (jong)volwassenen die niet kan zwemmen of nooit een diploma heeft behaald. In absolute aantallen gaat het om honderdduizenden volwassenen in Nederland die beperkt of niet kunnen zwemmen.

      10%

      20-54 jarigen zonder diploma

      Onder 20-54 jarigen heeft circa 10% geen zwemdiploma.

      40%

      65-79 jarigen zonder diploma

      Bij de oudere volwassenen (65-79 jaar) heeft ~40% geen zwemdiploma.

      9-10x

      Hoger verdrinkingsrisico migranten

      In 2021 was het risico op verdrinking onder niet-Europese migranten onder de 20 jaar 9 à 10 keer hoger dan onder in Nederland geboren leeftijdsgenoten.

      31%

      Gemeenten met volwassenensteun

      Slechts 31% van de Nederlandse gemeenten heeft een regeling om zwemlessen voor volwassenen financieel toegankelijk te maken.

      69%

      Gemeenten zonder volwassenensteun

      In 69% van de gemeenten bestaat financiële tegemoetkoming voor volwassenen (nog) niet.

      80-100

      Jaarlijkse verdrinkingen

      Jaarlijks verdrinken in Nederland rond de 80 à 100 mensen, veelal volwassenen in open water.

      Groeiende vraag:

      In recente jaren is de aandacht voor zwemles aan volwassenen toegenomen. Zwemscholen en gemeenten signaleren een groeiende groep volwassenen – van twintigers die een diploma willen halen voor hun beroep of kinderen, tot senioren die alsnog waterveilig willen worden.

      Demografie en motivatie:

      Over het algemeen zijn mannen iets oververtegenwoordigd in de statistieken van ongevallen (meer mannen verdrinken jaarlijks, waarschijnlijk door risicogedrag), maar de behoefte aan zwemles bestaat bij beide geslachten. Voor vrouwen uit bepaalde culturen worden soms aparte vrouwenzwemuren georganiseerd.

      Beschikbaarheid en steun:

      Zwemlessen voor volwassenen worden in vrijwel elke grote en middelgrote gemeente aangeboden. In 2021 is het Volwassenenfonds Sport & Cultuur samen met de Nationale Raad Zwemveiligheid gestart met een convenant om ook laaginkomens-volwassenen te ondersteunen bij zwemles.

  • Prijzen van Zwemlessen

    • De kosten van zwemlessen in Nederland kunnen flink variëren afhankelijk van regio en of de lessen via een gemeentelijk bad of een particuliere zwemschool lopen. Nederland heeft een uitgebreid stelsel van bijdragen om elk kind te kunnen laten zwemmen, ongeacht het inkomen van de ouders.

      €10-20

      Per les (30-60 minuten)

      Gemiddeld liggen de kosten per reguliere groepsles tussen de €10 en €20 per les van 30-60 minuten.

      €40-80

      Per maand (wekelijks)

      Uitgaande van één les per week komt dit gemiddeld neer op ongeveer €40-€80 per maand.

      €30-60

      Privéles per half uur

      Bedragen van €30 tot €60 voor een half uur privéles zijn niet ongebruikelijk.

      €25

      Privéles per les (Gelderland)

      Een zwembad in Gelderland biedt privélessen aan voor ca. €125 per 5 lessen van 30 minuten (dus €25 per les).

      €62,50

      45 min privéles (gespecialiseerd)

      Een gespecialiseerde zwemschool vraagt €62,50 voor 45 minuten individuele les.

      €7,50

      Per les (Amsterdam Zuiderbad)

      Het gemeentelijke Zuiderbad in Amsterdam rekent circa €37,50 voor een kaart van 5 lessen van 30 minuten.

      €44,80

      8 peuterzwemlessen (Eindhoven)

      Eindhoven publiceert een tarief van €44,80 voor 8 peuterzwemlessen.

      96%

      Gemeenten met kindersubsidie

      Vrijwel alle gemeenten (96%) kennen een regeling om zwemles voor kinderen uit minima-gezinnen te vergoeden.

      €300-1.000

      Maximumbedrag kindersubsidie

      Deze regelingen vergoeden vaak het volledige A-diploma of een bepaald maximumbedrag (vaak tussen 300 en 1.000 euro).

      Totaalkosten Zwem-ABC:

      Omdat kinderen gemiddeld 40-60 lessen voor diploma A nodig hebben en daarna nog zo'n 15-25 lessen voor B en C, kan het traject in totaal rond de 60-85 lessen omvatten. Tegen een gemiddeld tarief (€12 per les bijvoorbeeld) komt dit neer op ongeveer €720-€1.000 voor het volledige ABC.

      Regionale verschillen:

      Over het algemeen liggen de tarieven in de Randstad vergelijkbaar met elders, maar in grote steden zijn er vaak zowel dure particuliere opties als gesubsidieerde gemeentelijke tarieven. Buiten de Randstad zijn prijzen niet per se lager; veel hangt af van gemeentelijk beleid en concurrentie.

      Kostenontwikkelingen:

      De prijs van zwemles is de laatste jaren gestegen, onder meer door inflatie en hogere energiekosten. Tijdens de energiecrisis van 2022/2023 zagen zwembaden hun gas- en stroomrekening exploderen, wat heeft doorgewerkt in contributies.

      De onderstaande grafiek toont het verschil in kosten tussen groepslessen en privélessen. Dit geeft ouders een duidelijk beeld van de financiële investering die nodig is voor verschillende lesvormen.

      Prijsvergelijking Zwemles

      Groepsles
      Privéles

      De grafiek laat duidelijk zien dat privélessen aanzienlijk duurder zijn dan groepslessen. Groepslessen kosten gemiddeld €12 per les, terwijl privélessen €35 per les kosten - bijna drie keer zoveel. Dit verklaart waarom veel ouders kiezen voor groepslessen, ondanks de individuele aandacht die privélessen bieden.

  • Beschikbaarheid & Wachtlijsten

    • Wachttijden voor zwemles kunnen flink uiteenlopen per regio en zijn sinds COVID een heet hangijzer. Door de coronapandemie is de druk op zwemscholen sterk toegenomen. Tijdens lockdowns sloten zwembaden, waardoor nieuwe aanmeldingen zich opstapelden en kinderen niet konden afzwemmen.

      24 mnd

      Langste wachttijd (Den Haag)

      In sommige steden moeten kinderen tot wel 24 maanden wachten op een plekje.

      4 mnd

      Kortste wachttijd (Maastricht)

      Aan de andere kant van het spectrum waren er ook steden met meer capaciteit: in Maastricht bijvoorbeeld bleek bij één aanbieder de wachtlijst slechts 4 maanden.

      69.000-92.000

      Kinderen met vertraagde diploma's

      Minister Conny Helder meldde begin 2022 dat naar schatting 69.000 tot 92.000 kinderen langer op hun diploma moesten wachten door de coronamaatregelen.

      300.000-400.000

      Jaarlijkse diploma's (normaal)

      Normaal halen jaarlijks rond de 300.000–400.000 kinderen een zwemdiploma in Nederland.

      6.000-8.000

      Diploma's achter op schema

      Door de lockdown van eind 2021 liep men echter 6.000–8.000 diploma's achter op schema.

      8-10 mnd

      Gemiddelde wachttijd 2021

      In 2021 steeg de gemiddelde wachttijd in veel plaatsen van ~3-6 maanden naar 8-10 maanden.

      Top 3 langste wachttijden:
      1. Den Haag, Utrecht, Middelburg: 24 maanden
      2. Haarlem, 's-Hertogenbosch: 18 maanden
      3. Groningen, Leeuwarden: 12 maanden

      Complete ranglijst provinciehoofdsteden: Den Haag/Middelburg/Utrecht 24 mnd; Haarlem/Den Bosch 18; Groningen/Leeuwarden 12; Zwolle 7; Arnhem/Assen/Lelystad 6; Maastricht 4

      Oorzaken van regionale verschillen:

      In steden met lange wachtlijsten spelen vaak meerdere factoren: een groeiende bevolking, sluiting van zwembaden in de afgelopen jaren, en een tekort aan zweminstructeurs. Het tekort aan gekwalificeerde instructeurs is een landelijk probleem dat de sector al jaren bezighoudt.

      Positieve ontwikkelingen:

      Veel zwembaden hebben hun lestijden uitgebreid (meer avonden, weekenden) en nieuwe lesmethoden geïntroduceerd om meer kinderen tegelijk te kunnen lesgeven. Ook zijn er initiatieven om meer mensen op te leiden tot zweminstructeur, bijvoorbeeld via versnelde opleidingstrajecten.

      De onderstaande grafiek toont de huidige wachttijden voor zwemles in verschillende Nederlandse steden. Dit geeft ouders een duidelijk beeld van waar ze relatief snel aan de slag kunnen en waar ze langere wachttijden kunnen verwachten.

      Wachttijden per Stad (2025)

      De grafiek laat grote regionale verschillen zien in wachttijden. Steden als Den Haag, Utrecht en Middelburg hebben de langste wachttijden van 24 maanden, terwijl Maastricht met slechts 4 maanden de kortste wachttijd heeft. Deze verschillen worden veroorzaakt door bevolkingsgroei, sluiting van zwembaden en tekorten aan instructeurs in bepaalde regio's.

  • Trends & Ontwikkelingen

    • Recent onderzoek toont zowel zorgwekkende als positieve trends in de zwemwereld. Het aandeel kinderen zonder zwemdiploma is de afgelopen jaren verdubbeld, maar tegelijk is het maatschappelijk besef van het belang van zwemles hoog. Positief is dat er groeiende aandacht is voor volwassenen zwemles en meer gemeentelijke steun voor minima.

      2x

      Toename kinderen zonder diploma

      Het aandeel kinderen zonder zwemdiploma is de afgelopen jaren verdubbeld van 6% in 2018 naar 13% in 2022.

      84%

      Voorstanders basisvoorziening

      In een peiling geeft 84% van de Nederlanders aan dat een zwembad een basisvoorziening in elke gemeente moet zijn.

      79%

      Voorstanders verplicht schoolzwemmen

      79% vindt zelfs dat schoolzwemmen weer verplicht op basisscholen aangeboden zou moeten worden.

      28%

      Kinderen met migratieachtergrond zonder diploma

      28% van de kinderen met een migratieachtergrond heeft geen diploma, tegenover ~5% bij kinderen zonder migratieachtergrond.

      6%

      Kinderen zonder diploma (2018)

      In 2018 had ~6% van de 6-16 jarigen geen enkel diploma, in 2022 was dit opgelopen tot 13%.

      2%

      Rijkere gezinnen zonder diploma

      Slechts 2% van de kinderen uit de rijkere gezinnen heeft geen diploma, vergeleken met 25% van de armste gezinnen.

      Positieve ontwikkelingen:
      • Groeiende aandacht voor volwassenen zwemles
      • Meer gemeentelijke steun voor minima
      • Uitbreiding lestijden en lesmethoden
      • Initiatieven voor nieuwkomers
      • Landelijke campagnes onder het motto "je bent nooit te oud om te leren"
      • Convenant tussen Volwassenenfonds en Nationale Raad Zwemveiligheid (2021)
      Maatschappelijk besef:

      Positief is dat het maatschappelijk besef van het belang van zwemles hoog is: ouders hechten veel waarde aan zwemveiligheid. Dit is een duidelijk signaal dat men de zwemvaardigheid van kinderen als prioriteit ziet.

      Toekomstperspectief:

      De politiek dringt er in 2024 op aan om openbare zwembaden voor de toekomst toegankelijk te houden in publieke handen. Er is aandacht gevraagd om zwembaden financieel te ondersteunen zodat zij niet ten onder gaan of tarieven onbetaalbaar maken.

  • Zwemveiligheid & Verdrinkingen

    • Verdrinkingen blijven een serieus probleem in Nederland, ondanks de hoge zwemvaardigheid onder de bevolking. Jaarlijks verdrinken gemiddeld rond de 100 mensen, waarbij de meeste ongevallen plaatsvinden in open water. Oudere volwassenen lopen het hoogste risico, terwijl het aantal jonge slachtoffers dankzij betere zwemvaardigheid relatief laag is.

      88

      Gemiddelde verdrinkingen per jaar (2014-2023)

      Gemiddeld komen jaarlijks 88 Nederlandse inwoners om door verdrinking, plus circa 27 niet-ingezetenen.

      139

      Verdrinkingen in 2023 (uitzonderlijk hoog)

      In 2023 steeg het aantal verdrinkingsdoden uitzonderlijk tot 139 (98 Nederlandse inwoners en 41 niet-ingezetenen).

      75%

      Verdrinkingen in open water

      Ongeveer 75% van de fatale verdrinkingen vindt plaats in open water zoals zee, meren, plassen, rivieren en kanalen.

      18%

      Verdrinkingen in/nabij huis

      Circa 18% van de verdrinkingen gebeurt in of nabij huis, bijvoorbeeld in badkuipen of vijvers in de tuin.

      0,9

      Verdrinkingen per 100.000 60-plussers

      Bij 60-plussers ligt het verdrinkingscijfer rond 0,9 per 100.000 personen, ruim twee keer zo hoog als bij kinderen onder de 10 jaar.

      0,4

      Verdrinkingen per 100.000 kinderen

      Bij kinderen onder de 10 jaar ligt het verdrinkingscijfer op 0,4 per 100.000, relatief laag dankzij betere zwemvaardigheid.

      Historische ontwikkeling:

      Halverwege de vorige eeuw verdronken er relatief veel jonge kinderen in Nederland. Tussen de jaren 50 en 80 is het aantal verdrinkingen echter sterk gedaald, met name door de brede invoering van zwemles en grotere publieke aandacht voor waterveiligheid. Sinds circa 1990 vlakt die daling af, waardoor verdere verbeteringen moeilijker te behalen zijn zonder nieuwe initiatieven.

      Risicofactoren:
      • Open water: 75% van alle verdrinkingen vindt plaats in open water
      • Leeftijd: 60-plussers lopen het hoogste risico (0,9 per 100.000)
      • Locatie: Meeste slachtoffers zijn (jong)volwassenen of senioren
      • Seizoen: Verdrinkingen komen vaker voor in de zomermaanden
  • Zwemparticipatie & Sportdeelname

    • Zwemmen blijft een van de meest beoefende sporten in Nederland, ondanks een recente afname in deelname. In 2024 zwom nog maar 54% van de Nederlandse bevolking wel eens, een daling ten opzichte van 70% in 2017 en 2019. Vrouwen zwemmen relatief vaker dan mannen, en veel Nederlanders zwemmen buiten verenigingsverband.

      54%

      Nederlanders die zwemmen (2024)

      In 2024 zwom nog maar 54% van de Nederlandse bevolking (16 jaar en ouder) wel eens, een daling ten opzichte van 70% in 2017 en 2019.

      4e

      Populairste sport in Nederland (2022)

      In 2022 klom zwemmen naar de 4e plek van populairste sporten in Nederland, na fitness, wandelen en hardlopen.

      350.000

      Extra zwemmers in 2022

      Door het wegvallen van corona-beperkingen kwamen er in 2022 ongeveer 350.000 zwemmers bij ten opzichte van 2021.

      1,58 miljoen

      Actieve zwemmers (2018)

      In 2018 beoefenden circa 1,58 miljoen mensen de zwemsport regelmatig, terwijl de KNZB slechts 144.000 leden telde.

      122.000

      KNZB leden (2022)

      In 2022 telde de KNZB circa 122.000 leden, een lichte groei ten opzichte van 116.000 in 2021, maar nog onder het niveau van 152.000 in 2019.

      20%

      Meisjes 5-18 jaar die zwemmen

      Bijna 20% van de meisjes in de leeftijd 5-18 jaar zwemt regelmatig, tegenover ongeveer 18% van de jongens in dezelfde leeftijd.

      Demografie van zwemmers:
      • Vrouwen vs. mannen: Vrouwen zwemmen relatief vaker dan mannen
      • Populairste sport vrouwen: Zwemmen staat bij vrouwen op de 2e plaats (na wandelen en fitness)
      • Populairste sport mannen: Zwemmen staat bij mannen rond de 6e plaats
      • Leeftijd: Vooral meisjes in de leeftijd 5-18 jaar zwemmen veel
      Organisatiegraad:

      Ruim 90% van de actieve zwemmers doet dit ongeorganiseerd, buiten verenigingsverband. Zwemclubs vangen maar een fractie van alle zwemmers. Dit verklaart waarom de KNZB relatief weinig leden heeft vergeleken met het totale aantal actieve zwemmers in Nederland.

      Corona-effect:

      De coronapandemie heeft een blijvend effect gehad op de zwemdeelname. Ondanks het herstel in 2022 is het aantal zwemmers nog niet terug op het niveau van vóór COVID. Van de Nederlanders die zwemmen, doet het merendeel dat in overdekte zwembaden.

  • Schoolzwemmen & Zwemonderwijs

    • Schoolzwemmen is de afgelopen decennia sterk afgenomen in Nederland. Waar in 1990 nog 90% van alle basisscholen schoolzwemmen gaf, was dit in 2021 gezakt naar slechts 26%. Het verplichte schoolzwemmen werd in 1985 landelijk afgeschaft, waardoor de verantwoordelijkheid voor zwemles grotendeels bij ouders is komen te liggen.

      90%

      Basisscholen met schoolzwemmen (1990)

      In 1990 gaf nog ongeveer 90% van alle basisscholen schoolzwemmen, voordat het verplichte schoolzwemmen werd afgeschaft.

      26%

      Basisscholen met schoolzwemmen (2021)

      In 2021 was het percentage basisscholen dat schoolzwemmen aanbood gezakt naar slechts 26%.

      €130-212 miljoen

      Jaarlijkse kosten herinvoering schoolzwemmen

      Herintroductie van verplicht schoolzwemmen wordt geraamd op ongeveer €130-212 miljoen per jaar aan kosten.

      25%

      Basisscholen met eigen schoolzwemmen

      Circa 1 op de 4 basisscholen biedt op eigen initiatief nog wel schoolzwemmen aan, ondanks de afschaffing van de verplichting.

      €513 miljoen

      Potentiële besparing voor ouders

      Ouders zouden potentieel honderden miljoenen besparen aan lesgeld en tijd als zwemles via school verloopt.

      1985

      Jaar van afschaffing verplicht schoolzwemmen

      Het verplichte schoolzwemmen werd in 1985 landelijk afgeschaft, sindsdien beslissen scholen zelf of ze het aanbieden.

      Roep om herinvoering:

      Er gaan stemmen op om schoolzwemmen weer breder in te voeren, mede vanwege zorgen om afnemende zwemvaardigheid bij kinderen. Uit cijfers blijkt immers dat het aandeel kinderen zonder zwemdiploma stijgt naarmate minder scholen zwemles aanbieden. Politiek is er aandacht voor dit probleem, maar de financiële drempel is hoog.

      Kosten-batenanalyse:

      De jaarlijkse kosten voor herinvoering van verplicht schoolzwemmen worden geraamd op €130-212 miljoen. Daar staat tegenover dat ouders potentieel honderden miljoenen zouden besparen aan lesgeld en tijd als zwemles via school verloopt. Vooralsnog hebben voorstellen tot landelijke herinvoering het niet gehaald.

      Toekomstperspectief:

      Ondanks de hoge kosten wordt er nog steeds gediscussieerd over de herinvoering van schoolzwemmen. De afname van zwemvaardigheid onder kinderen en de groeiende ongelijkheid in toegang tot zwemles zijn belangrijke argumenten voor herinvoering. Veel gemeenten en scholen zoeken naar creatieve oplossingen om zwemles toegankelijker te maken.